Modaal inkomen 2026: €48.000 bruto — dit houd je er netto van over

Een bankbiljet splitst zich in drie stromen: wat je houdt, wat naar de belasting gaat en wat de heffingskortingen teruggeven.
Deel dit artikel:LinkedInFacebookXWhatsApp

Van €48.000 bruto houd je ongeveer €3.179 netto per maand over. Dat is het modaal inkomen voor 2026, en de rekensom eronder is verrassender dan het bedrag zelf: je draagt per saldo 20,5% van je bruto inkomen af, niet de 35,75% van de eerste belastingschijf. Twee heffingskortingen geven samen €7.475 terug.

Dit zijn de kerncijfers

  • Bruto modaal 2026: €48.000 per jaar inclusief vakantiegeld, ofwel ongeveer €4.000 bruto per maand (CPB).
  • Netto: ongeveer €38.150 per jaar, oftewel €3.179 per maand.
  • Belasting en premies: €17.325 — maar je krijgt €7.475 aan heffingskortingen terug.
  • Per saldo betaal je €9.850, ofwel 20,5% van je bruto inkomen.
  • Belangrijk: dit is exclusief pensioenpremie. Met een pensioenregeling ligt je netto lager.

1. Wat modaal precies is — en niet

Modaal is geen meting. Het is een rekenkundig ijkpunt dat het Centraal Planbureau elk jaar vaststelt om koopkrachtplaatjes mee te maken. In de kerngegevens bij de Macro Economische Verkenning 2026 staat het bruto modaal inkomen op €48.000 per jaar.

Dat bedrag is inclusief vakantiegeld, en daar zit meteen een valkuil. Deel je €48.000 door twaalf, dan kom je op €4.000 bruto per maand — maar dat is een gemiddelde waarin het vakantiegeld al is uitgesmeerd. Krijg je 8% vakantiegeld in mei uitbetaald, dan is je maandsalaris €3.704 bruto en komt daar in mei €3.556 bovenop. Staat er €3.700 op je loonstrook, dan verdien je dus precies modaal.

Niemand krijgt “het modale salaris” uitbetaald; het is een referentiepunt, geen loonschaal.

Bruto modaal inkomen volgens het CPB
Jaar Bruto modaal Verschil
2023 €41.500
2024 €44.000 +€2.500
2025 €46.000 +€2.000
2026 €48.000 +€2.000

Die €2.000 erbij klinkt als vooruitgang, en dat is het ook: modaal stijgt van 2025 op 2026 met 4,3%, terwijl het CPB de inflatie voor 2026 op 2,3% raamt. Voor de mediaan van alle huishoudens komt het CPB uit op een koopkrachtplus van 1,3%. Je gaat er dus gemiddeld iets op vooruit, maar minder dan het bedrag suggereert.

Let op bij wat je elders leest: verschillende websites noemen voor 2025 voor 2025 een bedrag van €46.500, en komen daardoor op een stijging naar 2026 van €1.500. De CPB-tabel zelf zet 2025 op €46.000, dus de werkelijke stijging is €2.000. Wij houden de CPB-cijfers aan, omdat dat de bron is die het getal vaststelt.

2. De rekensom van bruto naar netto

Hier gaat het om. We rekenen €48.000 bruto door met de tarieven van 2026, voor iemand in loondienst die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt. Eerst de belasting, dan de kortingen die je terugkrijgt.

€17.325Belasting en premies volksverzekeringen over je hele inkomen
−€7.475Heffingskortingen die je terugkrijgt: algemene heffingskorting plus arbeidskorting
€9.850Wat je per saldo afdraagt — 20,5% van je bruto inkomen

Stap voor stap

  1. Schijf 1: over de eerste €38.883 betaal je 35,75%. Dat is €13.901.
  2. Schijf 2: over de resterende €9.117 betaal je 37,56%. Dat is €3.424.
  3. Samen: €17.325 aan belasting en premies.
  4. Algemene heffingskorting: maximaal €3.115, maar die bouwt af boven €29.736. Bij modaal blijft er €1.946 van over.
  5. Arbeidskorting: maximaal €5.685, met afbouw boven €45.592. Bij modaal is dat €5.528.
  6. Trek de kortingen af: €17.325 min €7.475 is €9.850.
  7. Netto: €48.000 min €9.850 is €38.150 per jaar, oftewel €3.179 per maand.
Wat er niet in zit: pensioenpremie. Betaal je die via je werkgever — en dat doen de meeste werknemers — dan gaat dat er nog vanaf, en is je belastbaar inkomen tegelijk lager. Ook aftrekposten zoals hypotheekrente zitten er niet in. Deze som laat zien wat de belasting doet, niet wat er exact op jouw rekening komt.

3. Wat je overhoudt bij elk inkomen

Modaal is één punt op een lijn. Zo ziet die lijn eruit.

Netto per maand bij verschillende bruto jaarinkomens (2026, indicatief — zonder pensioenpremie)

€24.000
€1.939
€30.000
€2.313
€36.000
€2.612
€44.444
€3.024
€48.000
€3.179
€60.000
€3.674
€72.000
€4.170
€96.000
€5.079
modaal (€48.000)overige inkomens
Van bruto naar netto in 2026 — indicatief, zonder pensioenpremie
Bruto/jaar Belasting Kortingen Per saldo Netto/jaar Netto/mnd
€24.000 €8.580 €7.843 €737 €23.263 €1.939
€30.000 €10.725 €8.479 €2.246 €27.754 €2.313
€36.000 €12.870 €8.212 €4.658 €31.342 €2.612
€44.444 €15.989 €7.837 €8.153 €36.291 €3.024
€48.000 €17.325 €7.475 €9.850 €38.150 €3.179
€60.000 €21.832 €5.926 €15.906 €44.094 €3.674
€72.000 €26.339 €4.377 €21.963 €50.037 €4.170
€96.000 €37.452 €2.403 €35.049 €60.951 €5.079

De onderste rij is precies twee keer modaal: €96.000 bruto levert €5.079 netto per maand op. Dat is 1,6 keer het modale netto, niet het dubbele — de belasting loopt sneller op dan het inkomen.

Wat opvalt: tussen €24.000 en €48.000 verdubbelt je bruto inkomen, maar je netto per maand gaat van €1.939 naar €3.179 — een stijging van ongeveer 64%. De rest verdwijnt in belasting die sneller oploopt dan je inkomen.

4. Waarom je minder betaalt dan het tarief

Veel mensen denken dat ze 35,75% of zelfs 37,56% van hun inkomen kwijt zijn. Dat klopt niet, en het verschil is groot. Die percentages zijn schijftarieven: ze gelden per euro binnen een schijf, vóór heffingskortingen. Wat je uiteindelijk afdraagt, ligt fors lager.

Welk deel van je bruto inkomen je per saldo afdraagt (2026, indicatief — zonder pensioenpremie)

€24.000
3,1%
€30.000
7,5%
€36.000
12,9%
€44.444
18,3%
€48.000
20,5%
€60.000
26,5%
€72.000
30,5%
€96.000
36,5%
modaaloverige inkomens

Bij modaal draag je per saldo 20,5% af. Bij €24.000 is dat maar 3,1%, en pas bij €96.000 loopt het op tot 36,5%. Dat komt doordat de heffingskortingen bij lagere inkomens vrijwel de hele belasting wegstrepen, en bij hogere inkomens zijn afgebouwd.

De keerzijde: die afbouw is precies waarom extra werken bij middeninkomens minder oplevert dan het schijftarief suggereert. Elke extra euro kost je niet alleen belasting, maar ook een stukje korting. Dat effect hebben we apart doorgerekend in het artikel over marginale druk.

5. Reken je eigen salaris door

Vul je eigen bruto jaarinkomen in. De rekenhulp gebruikt dezelfde officiële tarieven en kortingen als hierboven.

Reken je eigen bruto salaris door

Rekent met de officiële tarieven en heffingskortingen van 2026, voor loon uit dienstbetrekking, een heel jaar gewerkt, onder de AOW-leeftijd, met loonheffingskorting toegepast. Zonder pensioenpremie en zonder andere aftrekposten, dus je loonstrook wijkt af. Ben je AOW-gerechtigd of zelfstandige, dan gelden andere regels en klopt deze uitkomst niet.

Je uitkomst verschijnt hier.
En toeslagen dan? Die zitten niet in deze berekening. Of je er recht op hebt, hangt af van je inkomen én je vermogen; we hebben de grenzen van 2026 op een rij gezet in dit artikel over toeslagen controleren.

6. Waarom je loonstrook een ander bedrag laat zien

Als je €3.179 verwacht en er staat minder op je strookje, is er meestal niets mis. Twee verklaringen.

Vakantiegeld. Het modale jaarbedrag is inclusief vakantiegeld. Deel je dat door twaalf, dan krijg je een gemiddelde waarin dat geld al is uitgesmeerd. In de praktijk krijgen de meeste mensen het in mei in één keer uitbetaald. Elf maanden staat er dan minder op de rekening, en in mei ineens veel meer.

Pensioenpremie. Bouw je pensioen op via je werkgever, dan wordt jouw deel van de premie ingehouden. Dat scheelt netto al snel tientallen euro’s per maand. Daar staat tegenover dat je die premie later als pensioen terugkrijgt, en dat je er nu minder belasting over betaalt.

Wil je een berekening die wél rekening houdt met jouw persoonlijke situatie, dan zijn de officiële tarieven en heffingskortingen van de Belastingdienst het vertrekpunt. Voor een exacte berekening inclusief pensioen en toeslagen kun je terecht bij je werkgever, je salarisadministratie of een adviseur.

7. Drie situaties doorgerekend

Dezelfde rekenmethode, drie verschillende inkomens.

Yasmin werkt vier dagen en verdient €36.000 bruto

  • Belasting en premies: €12.870
  • Heffingskortingen terug: €8.212
  • Per saldo afgedragen: €4.658 — 12,9% van bruto
  • Netto per maand: €2.612

Ze zit nog ruim onder modaal. Haar heffingskortingen strijken een groot deel van de belasting weg, waardoor ze per saldo een klein deel van haar bruto inkomen afdraagt.

Daan verdient precies modaal: €48.000 bruto

  • Belasting en premies: €17.325
  • Heffingskortingen terug: €7.475
  • Per saldo afgedragen: €9.850 — 20,5% van bruto
  • Netto per maand: €3.179

Van zijn algemene heffingskorting is ruim een derde afgebouwd: er blijft €1.946 van de €3.115 over. Ook de arbeidskorting begint te dalen. Toch blijft zijn effectieve afdracht ruim onder het schijftarief.

Petra verdient €72.000 bruto als teamleider

  • Belasting en premies: €26.339
  • Heffingskortingen terug: €4.377
  • Per saldo afgedragen: €21.963 — 30,5% van bruto
  • Netto per maand: €4.170

Bij haar is de algemene heffingskorting bijna helemaal verdwenen en de arbeidskorting flink afgebouwd. Daardoor loopt haar effectieve afdracht op, terwijl haar netto per maand minder hard stijgt dan haar bruto.

Alle drie indicatief: deze sommen gebruiken alleen de belastingtarieven en de twee grote heffingskortingen. Pensioenpremie, toeslagen, aftrekposten en een eventuele partner zitten er niet in. Voor jouw eigen situatie is de Belastingdienst de juiste bron.
En bij minder dagen werken? Dan verandert de verhouding tussen bruto en netto flink. Zie wat 4 dagen werken netto scheelt ten opzichte van 5.

8. Modaal, gemiddeld of mediaan?

Drie woorden die vaak door elkaar lopen, met drie verschillende antwoorden.

Modaal is het ijkpunt dat het CPB vaststelt: €48.000 bruto in 2026. Het gemiddelde is een heel ander getal, want daarin telt elk inkomen mee, ook de hoogste. De mediaan is het middelste geval: precies de helft zit eronder, de helft erboven. Drie begrippen die je niet door elkaar moet halen.

Het CBS meet iets anders dan het CPB. Waar modaal gaat over één persoon en bruto is, gaan de CBS-cijfers over huishoudens, ná belasting, en gecorrigeerd voor huishoudgrootte. Het middelste Nederlandse huishouden zat in 2024 op €36.500 gestandaardiseerd besteedbaar inkomen. Dat is een lager getal dan modaal, maar het meet dan ook iets anders. Wil je weten waar je staat ten opzichte van andere huishoudens, dan hebben we de echte CBS-grenzen op een rij gezet.

9. Veelgestelde vragen

Wat is het modaal inkomen in 2026?

Het CPB stelde het bruto modaal inkomen voor 2026 vast op €48.000 per jaar, inclusief vakantiegeld. Dat is ongeveer €4.000 bruto per maand. Modaal is een rekenkundig ijkpunt dat het CPB gebruikt om koopkracht door te rekenen, geen meting van wat mensen daadwerkelijk verdienen.

Hoeveel houd je netto over van een modaal inkomen?

Doorgerekend met de tarieven en heffingskortingen van 2026 houd je van €48.000 bruto ongeveer €38.150 netto per jaar over, oftewel afgerond €3.179 per maand. Dat is een indicatie zonder pensioenpremie; met een pensioenregeling ligt je netto lager.

Waarom betaal ik minder dan het tarief van 35,75%?

Omdat je twee heffingskortingen krijgt. Bij een modaal inkomen is dat samen ongeveer €7.475: de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Daardoor draag je per saldo ongeveer 20,5% van je bruto inkomen af in plaats van het schijftarief.

Waarom staat er een lager bedrag op mijn loonstrook?

Meestal om twee redenen. Het jaarbedrag gedeeld door twaalf is een gemiddelde waarin het vakantiegeld al is meegerekend; krijg je dat in mei in één keer, dan zijn de andere maanden lager. Daarnaast houdt je werkgever vaak pensioenpremie in, en die zit niet in deze berekening.

Is modaal hetzelfde als gemiddeld?

Nee. Modaal is een ijkpunt dat het CPB vaststelt om koopkracht mee door te rekenen. Het gemiddelde telt alle inkomens mee, ook de allerhoogste, en is daardoor een ander getal. De mediaan is weer iets anders: het middelste geval, waarbij de helft eronder zit en de helft erboven. Het CBS gebruikt die mediaan voor huishoudens.

Wat is het verschil met het huishoudinkomen van het CBS?

Modaal gaat over het bruto inkomen van één werkende persoon. De CBS-cijfers over inkomensverdeling gaan over huishoudens, na belasting, en zijn gecorrigeerd voor huishoudgrootte. Dat zijn onvergelijkbare grootheden.

Geldt deze berekening ook voor zelfstandigen?

Nee. Deze doorrekening gaat uit van loondienst. Als zelfstandige heb je te maken met andere regelingen, zoals de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling, en betaal je zelf je inkomensafhankelijke bijdrage. Je netto pakt daardoor anders uit.

Klopt deze berekening ook als ik AOW ontvang?

Nee. Vanaf de AOW-leeftijd betaal je in de eerste schijf een lager tarief, omdat je geen AOW-premie meer afdraagt, en gelden er lagere maxima voor de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. De bedragen in dit artikel en in de rekenhulp gaan uit van iemand onder de AOW-leeftijd en kloppen dan niet voor jouw situatie.

Zijn deze bedragen definitief?

De tarieven en heffingskortingen voor 2026 staan vast en komen van de Belastingdienst. Het modaal inkomen is een raming van het CPB uit de Macro Economische Verkenning 2026 en kan bij een volgende raming iets verschuiven.

Bronnen

Gepubliceerd op 7 augustus 2026. Alle berekeningen gebruiken de tarieven en heffingskortingen van 2026 voor iemand die een heel jaar in loondienst werkt, de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt en bij wie de loonheffingskorting wordt toegepast. Zonder pensioenpremie en zonder overige aftrekposten. Voor AOW-gerechtigden en zelfstandigen gelden andere regels. Dit artikel geeft algemene informatie en geen persoonlijk financieel advies.

BG

Onderzoekt regelingen, tarieven en toeslagen en rekent ze door naar wat ze per maand betekenen. Geen financieel advies: bij twijfel over jouw situatie is de Belastingdienst of een adviseur de juiste bron.